DE KAMERS VAN DE BEWEGING

Dit najaar belichten we in Grondvest de kijk op de actuele politieke realiteit en de ‘staat van de Vlaamse Beweging’ volgens politici van uiteenlopende signatuur onder de noemer 'de kamers van de beweging'. We hopen er een boeiend vijfluik van te maken. Sentiment, ratio, mens- en wereldbeelden, parlementaire politiek versus basisbeweging: het komt allemaal aan bod en biedt hopelijk stof tot nadenken. We openen de reeks graag met N-VA-man Jan Van Esbroeck. Een vraaggesprek waaruit hoop, geloof en liefde voor Vlaanderen spreken. Na afloop van het interview dachten we: dat belooft voor Gerolf Annemans, ‘de ideoloog’, die we in het septembernummer aan het woord laten.

❯ Jan Van Esbroeck (°1968) is afkomstig uit het Mechelse gehucht Battel. Zijn professionele leven deed hem have en goed onderbrengen te Kalmthout. Die verhuis betekende niet het einde van
zijn Vlaamse gedrevenheid, integendeel. Hij is sinds jaar en dag lid van de VVB en rondde een mooie loopbaan van twintig jaar in de Antwerpse haven af om zich in het partijpolitieke gewoel te storten.
Voor de N-VA is hij nu gemeenteraadslid in Kalmthout, Vlaams volksvertegenwoordiger en deelstaatsenator, na een passage in de federale Kamer vorige legislatuur. Sinds enkele maanden is hij ook
actief in de Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand van het Vlaams Parlement.

Jan, bij wijze van klassieke opener: wie ben je, wat drijft je?

Leidraad van alles wat ik doe is Vlaanderen een stem geven in de wereld. Dat beschouw ik een beetje als mijn ‘zending’. Ik hou wel van wat risico en heb een open kijk op de wereld. Niet uit politieke
correctheid of zo, maar omdat de Vlamingen ambassadeurs nodig hebben. Ik ben geen as in administratief of handelsrecht, maar wel Vlaams-nationalist. Wanneer ik in het buitenland reis, dan kijk ik hoe
ik het Vlaamse belang best kan dienen. 

De Franstaligen spelen internationaal hun belang beter uit…
Ja, dat klopt uiteraard, maar dat heeft zijn historische oorzaken. Wij Vlamingen moeten niet bij de pakken gaan neerzitten. Die valse bescheidenheid moet eruit, zo van ‘als iedereen voor de eigen deur
dweilt, dan is heel de straat droog’. OK, maar ze blijft niet droog indien de kraan om de hoek openstaat. De schaduw van de kerktoren verlaten kan een opdracht zijn voor een Vlaams-nationalist.

We spelen te veel op veilig?
Dat denk ik toch wel. Uiteindelijk kan ernstig werken aan een internationale gerichtheid symbool staan voor de voorbereiding van de onafhankelijkheid van Vlaanderen. Er zijn wel wat boeken over
geschreven en er is het Catalaanse experiment, maar toch is zo’n staatsvormend proces goeddeels nog terra incognita. Je moet dat terrein durven betreden, dat debat durven aansnijden. “Pick your
battles”, zeggen ze wel eens. Je moet prioriteiten kunnen stellen. Op dit moment werk je best aan onafhankelijkheid via de internationale dimensie.

Interessant. Leg dat eens uit?
Wel, we kunnen niet rond de afgesproken communautaire wapenstilstand. Ik hoop niet dat het een soort van twaalfjarig bestand wordt (in de Tachtigjarige Oorlog tussen Nederland en Spanje,
n.v.d.r.). Net zomin als ik hoop dat onze ontvoogding gaat lijken op de Tachtigjarige Oorlog… Het moet vooruitgaan. Maar nu is er dus die stilstand. In de huidige luwte werken Franstalige partijen volop
aan handgrepen om sterk te staan in nieuwe onderhandelingen, die er vroeg of laat zeker aankomen. De oprekking van de toepassing van de taalwetgeving in Brussel is een voorbeeld van dat mollenwerk. Internationaal staat de francofonie al sterk genoeg.

Dus…
…moeten de Vlamingen ook van de huidige comfortzone profiteren en in hun internationale netwerk een inhaalbeweging realiseren. Diplomatiek moeten we er stevig op vooruitgaan. Dat is een opdracht voor hier en nu, want er komen weer tijden dat we die diplomatieke buffer zullen nodig hebben. Voor een volgende communautaire crisis, die internationaal zeker opnieuw opzien zal baren. Denk maar aan de bookmakers die al garen sponnen bij het vraagstuk of dit land de regeringsvorming van 541 dagen wel zou overleven. We waren in 2010 en 2011 wereldnieuws.

Wil de N-VA nog eens zo’n crisis?
In 2014 vormden wij wél snel een federale regering. Wij willen wat goed en rechtvaardig is voor Vlaanderen. We hebben nu regeringen die dat waarmaken. Hoe de kaarten liggen na de verkiezingen van 2019 is nog ongeweten. Afhankelijk van de kaarten die je in de hand houdt, moet het spel anders worden gespeeld. Wat mijn aandachtspunt aangaat, die internationale gerichtheid of noem het
voorbereiding, heb ik geen reden tot klagen. Er is besloten tot een rist initiatieven die Vlaanderen in het buitenland op de kaart zetten. Of ze zijn volop in uitvoering.

Als Vlaanderen sterker zichtbaar wordt internationaal…
…dan vermindert het soortelijk gewicht van België, ook voor de Franstaligen.

Sommigen in de Vlaamse Beweging zeggen nu: dat is gevaarlijk.Stel dat Wallonië er als eerste uittrekt.
Met Brussel? Dat valt te bezien. We kunnen ons niet uit Brussel laten wegjagen. Dat bestaat niet. Met het sociaaleconomische opbod, de stakingen, is het buigen of barsten. Veel marge is er niet. Er is,
opnieuw, het regeerakkoord. Maar in de luwte gaat het mollenwerk door. Daarvoor moeten de N-VA en de ganse Vlaamse Beweging heel alert zijn. Over het feit dat de media liever doen of communautaire problemen niet bestaan, is al veel inkt gevloeid. De VVB moet dat zachte cordon tegen die thema’s doorbreken. Daar zie ik een opdracht van formaat. Dan krijgt de partijpolitiek meer ruimte, buiten de klassieke Vlaams-nationale partijen. Een breed Vlaams front wordt mogelijk en ook dat heeft internationaal weerklank.

Misschien krijgen we het ‘alles is communautair’ dan ook verkocht in Kalmthout?
Tja, dat is een probleem, natuurlijk. Indien alles communautair is, kan je toch niet zwijgen over dat communautaire zelf, vind ik. Het patroon, de breuklijnen kan je dan beter uitleggen aan de mensen.
Ik ben echt wel gepokt en gemazeld in de Vlaamse Beweging. Voor mij is het elke keer weer een blikopener om vanuit Kalmthout in Brussel aan te komen en te zien waar het structureel en eeuwig
wringt in het Belgische huishouden. Aan mensen voor wie het communautaire potjeslatijn is, moet je vaak met hand en tand uitleggen dat België een sluipende aanslag pleegt op hun manier van zijn, hun identiteit. Hoe schrijnend ook, kan iemand ten noorden van Antwerpen onmogelijk wakker liggen van een spoeddienst die uitrukt vanuit Moeskroen naar Heuvelland zonder Nederlandstalige arts
aan boord. En de Vlamingen in Brussel en Vlaams-Brabant worden langzaam gaargekookt, zoals de kikker die blijft zitten in langzaam verhittend water.

Vlaanderen heeft een uniek verhaal te vertellen?
De Leeuwenvlag uithangen op belangrijke feestdagen is een daad van assertiviteit en tegelijk een heel open aanbod. We hebben de wereld iets te zeggen en dat moet uit de verf kunnen komen. Jan
Peumans is de voorzitter van het Vlaams Parlement. Hij vervult die functie van ‘Eerste Burger’ perfect. Daar lacherig over doen, is Vlaanderen op z’n smalst. Hij heeft van het Vlaams Parlement het meest
open parlement van Europa gemaakt. Iedereen is bij ons welkom, we nodigen iedereen uit. Met of zonder protocol: de Catalaanse president Carles Puigdemont is nog niet lang in functie of hij werd
al ontvangen. Secretaris-Generaal van de UNESCO Irina Bukova kwam onlangs bij ons op bezoek. Ik had een onderhoud met de Taiwanese minister van Landbouw Bao-Ji Chen, zag de president
van Nagorno-Karabakh (niet-erkende Armeense enclave in Azerbeidzjan, n.v.d.r.) in het Vlaams Parlement… Die openheid is uniek en tegelijk heel doordacht.

Ook weer het ambassadeursverhaal…
Je moet die openheid en wereldwijde gerichtheid op zoveel mogelijk verschillende manieren vertolken. Alleen zo blijft dat plakken. Er zijn onze missies van het Vlaams Parlement naar het buitenland.
Er zijn de vertegenwoordigers van Vlaanderen, verbonden aan Belgische ambassades. Er zijn de mensen van FIT (Flanders Investment & Trade, n.v.d.r.) en de DIV (Dienst Vlaanderen Internationaal,
n.v.d.r.). Meestal functioneert dat goed op het terrein. Als er al eens een wanklank te horen valt over wat Vlaanderen mag en kan in internationale betrekkingen, dan is dat in regel het gevolg van een
kleinmenselijk politiek spelletje van een Belgisch gerichte ambtenaar in Brussel. Kers op de taart is het heuse ministerie van Buitenlandse Zaken dan onder minister-president Geert Bourgeois nu wordt
uitgebouwd. Dat wordt het referentiepunt voor onze buitenlandse werkzaamheid. Wat mij betreft, wordt het een anker van onze soevereiniteit.

Vlaanderen staat in Europa? Met of zonder komma tussen ‘Vlaanderen’ en ‘staat’?
Mijn standpunt is gekend. Ik teken voor een Vlaamse republiek. Inmiddels moeten we er wel ‘staan’. Dat gebeurt niet of onvoldoende in de Europese Commissie en de Ministerraad. Daar moeten we
ons vaak onthouden omdat Vlamingen en Franstaligen niet tot een gedeeld standpunt zijn gekomen. Vlaanderen wordt niet gehoord en we bouwen het imago op ‘onmondig’ te zijn, omdat we hetzij
onze mening niet doordrukken dan wel gewoon geen mening zouden hebben. Elders in de wereld vindt men dat vreemd voor een natie die de democratische meerderheid in een land uitmaakt.

Hoe zie jij een Vlaamse Beweging 2.0?
Wel, mijn grote wens is dat een inwoner van Kalmthout wél eens zijn slaap kan laten voor taaltoestanden in dit land, omdat ze iets maatschappelijks vertellen, iets dat schots en scheef zit. Om zover
te komen, moeten we werken aan verbinding. Naar mijn mening speelt de Vlaamse Beweging te veel in de verdediging. Om offensiever te zijn, moet ze - ik weeg en wik mijn woorden - wat meer
volgens de lijnen van deze tijd denken over het onderscheid tussen partijpolitiek en basisbewegingen, zoals de VVB. Werken aan verbinding betekent die wat kunstmatige scheidslijn tussen partijen en
Beweging durven loslaten. In de jaren zestig en zeventig, in volle Vlaamse opmars, was dat onderscheid ook niet zo van belang. De vakbonden riepen op voor de marsen op Brussel. Waarom kan de
Voorzitter van een N-VA-afdeling geen secretaris zijn in de lokale VVB-afdeling? Waarom kan een penningmeester van het Vlaams Belang of CD&V namens de VVB geen mensen welkom heten op een
plaatselijke 11-juliviering? Ik vind het wat krampachtig en daarom weinig wervend. De discussie daarover moet op gang komen. Niet alles is perceptie, maar veel is wel netwerk. Aan die realiteit moeten
we ons aanpassen. We moeten meer en beter verbinden. Als die verbinding lukt, dan wordt de Vlaamse Beweging ook vormend. Ze geeft een uniek en waardevol mensbeeld mee. Maak de drempel voor jonge mensen niet te hoog. De rest komt wel met de jaren.

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is